Sinds dit kwartaal mag in Brussel geen werkvergadering meer beginnen zonder een officieel goedgekeurde ijsbreker. Geen beleidszin, geen notulen, geen herzieningstraject — eerst moet de vraag beantwoord worden wat je zou doen als je een courgette was. Absurd? Misschien. Maar achter deze maatregel schuilt een verrassend serieuze gedragsstrategie.
Directive 2025/ICE–INIT is een poging om het fenomeen “beleidsgefrons” te bestrijden: die reflexmatige frons bij het horen van ambtelijke taal. In plaats daarvan wil men ruimte scheppen voor de “strategische glimlach” — een glimlach die niet per se gemeend is, maar wél overleg bevordert. Want in een wereld waar beleid vaak begint met spreadsheets en eindigt in compromis, is elke vorm van menselijkheid welkom.
Critici noemen het tijdverspilling. Beleidsminimalisten vrezen dat smalltalk besluitvorming vertraagt. Maar dat is een misvatting. De ijsbreker is geen opwarmertje, maar een ritueel. Een gedragstechnisch instrument dat de geest beweegt voordat het beleid dat kan doen. En ja, soms is een glimlach strategischer dan een beleidsnota.
In een tijd waarin ambtelijke communicatie steeds meer op algoritmes begint te lijken, is het misschien juist de courgettevraag die ons eraan herinnert dat beleid mensenwerk is. Dus vanaf Q3 2025 geldt: eerst glimlachen, dan vergaderen.
