Door een redacteur die nog steeds zonnepanelen overweegt
Frans Timmermans, ooit de Europese vaandeldrager van het klimaatbeleid, lijkt in eigen land op een politieke loopband te staan: veel beweging, weinig vooruitgang. De fusie van GroenLinks en PvdA was bedoeld als progressieve turbo, maar blijkt eerder een hybride voertuig met lege batterij. Terwijl Timmermans blijft pleiten voor een groene toekomst, verliest hij terrein in het politieke landschap — en dat is geen toeval.
Volgens de peilingen daalt de gecombineerde lijst van 29 naar 23 zetels. Dat is geen dipje, dat is een signaal. Kiezers haken af. Niet omdat ze klimaat onbelangrijk vinden, maar omdat ze zich niet herkennen in de toon, de snelheid en de prijs van de transitie. Timmermans spreekt als een Eurocommissaris, maar Nederland luistert als een huiseigenaar met een lekkende cv-ketel en een stijgende energierekening.
Zijn stijl is uitgesproken, zijn taalgebruik soms belerend. Dat is geen karaktermoord, dat is een observatie. In Emmen, Eindhoven of Enkhuizen klinkt Timmermans als iemand die te lang in Brussel heeft gezeten. Zijn pleidooien voor warmtepompen en windmolens botsen op zorgen over koopkracht, migratie en nationale identiteit. En als je die zorgen wegwuift als ‘niet relevant voor het klimaat’, verlies je niet alleen stemmen — je verliest vertrouwen.
Timmermans lijkt nu te erkennen dat de uitvoering van klimaatbeleid minstens zo belangrijk is als de ambitie. Maar is dat een koerswijziging of een communicatietruc? De kiezer wil geen folder met idealen, maar een handleiding voor haalbaarheid. En zolang die ontbreekt, blijft Timmermans de premier van een toekomst die nog niet verkozen is.
Visie is prachtig. Maar zonder verbinding wordt het een monoloog. Timmermans moet niet minder ambitieus worden — hij moet menselijker klinken. Minder Brussel, meer Brabant. Minder CO₂-tabellen, meer keukentafelgesprekken. Want wie het volk wil meenemen, moet eerst weten waar het staat.
